Bavo Defurne reageert op affaire Jim Bakkum



In juli meldde onder meer De Telegraaf dat Idols-finalist Jim Bakkum een rol in de film Steen der Hulp heeft geweigerd (zie ook ons nieuws van 20 juli jl.) Tot nu toe heeft regisseur Bavo Defurne nog niet willen reageren op deze kleine affaire, in de hoop dat alles over zou waaien. Nu dit niet direct gebeurt, stelt hij graag de informatie over deze zaak wat bij.

Lichtkomisch en een beetje vervelend vind ik die heisa ivm Jim Bakkum. De waarheid is dat ik die jongen nooit heb ontmoet. Ik heb geen kabeltelevisie en een deel van de wereld schuift gelukkig ongemerkt aan mij voorbij. Mijn casting-agent Kemna Casting heeft Jim gecontacteerd voor mijn film. Jim wilde niet naar de casting komen, maar heeft wel een aantal soms niet eens juiste zaken over de film aan ANP laten weten. Nogal een uitschuiver. Wij hielden alle nieuws nog binnen professionele kring.Jim wil geen man zoenen. Dat hij tegelijk geen probleem heeft met het feit dat het bedoelde personage ook een man doodschiet, vind ik heel beangstigend. Ik werk steeds met een hoofdzakelijke heteroseksuele crew en cast. Nog nooit had iemand van mijn medewerkers een probleem met het gay thema van de films. Voor iedereen gaat het over Liefde. Mijn acteurs weten allemaal dat het niet echt is, dat is een soort van deal. Net als met bloed: iedereen weet dat filmbloed niet echt is.Mensen met talent laten hun creativiteit de vrije loop om het echt te maken. Dat lijkt mij ook de essentie van een goede kunstenaar: iets nieuws maken door je grenzen te verleggen. De acteurs die nu in de running zijn voor de hoofdrollen hebben daar heel erg zin in en dat waardeer ik.De door Jim gepubliceerde cast-lijst is niet bevestigd. Dat hangt nog af van planning en artistieke evoluties zowel bij mij als bij de acteurs.

Details bekendgemaakt over ongepubliceerde romans Hans Warren

In een persbericht naar aanleiding van de overdracht van de nalatenschap aan de Zeeuwse Bibliotheek op 17 september a.s. zijn interessante details bekendgemaakt over twee ongepubliceerde romans en een verhalenbundel die in de literaire nalatenschap van Hans Warren zijn aangetroffen.

Een deel van de nalatenschap in de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek Lezers van Warrens Geheim Dagboek kennen al wel de titels van beide romanmanuscripten: Om het behoud der eenzaamheid, voor het eerst genoemd door Warren als titel van zijn ‘eerste roman’ op 11 augustus 1948, en Een vriend voor de schemering, geschreven aan het begin van de jaren ’50. De ongepubliceerde verhalenbundel draagt de titel Narcissus bifrons.Voor het eerst zijn nu meer details bekend over de inhoud van de twee romans:
In Om het behoud der eenzaamheid heet de verteller zonder meer ‘Hans Warren’. Samen met zijn broer Nous woont hij in Parijs, waar hij werkzaam is als pianoleraar. Op dertigjarige leeftijd droomt hij van een nieuw bestaan. Intussen schrijft hij aan een wervelend boek, “een boek zonder motief, beginnend hier en daar, niets afmakend.” In de andere, nu aan het licht gekomen roman, Een vriend voor de schemering geheten, is Warren herkenbaar in het personage Wouter Ravia. Deze levensgenieter raakt in de ban van Bahri Belmokhtar. Beide mannen besluiten naar Nederland te vertrekken. Een zwemtocht in de Noordzee loopt voor Wouter fataal af, Bahri wordt liefdevol opgevangen door een oudere vrouw. Het is het begin van een onmogelijke romance. Volgens het persbericht zijn beide romans ‘op eigen ervaringen van de auteur gebaseerd’ en bleven zij ongepubliceerd ‘vanwege de zeer vrijmoedige wijze waarop over homoseksuele betrekkingen wordt gesproken’. Bij de overdracht van de nalatenschap op 17 september worden ook deze werken ‘voorgesteld’.Zie ook: Een bezoek aan de nalatenschap van Warren en een gesprek met conservator Ronald Rijkse.

Boegbeelden

Boegbeelden
voor Van der Graft, tachtig

Wat waren wij pril,
wat was het leven prachtig.
Wat waren wij geschonden
door een satanisch lot.

Toen stond Katinka aan de rand van ’t water
te roepen door haar spitse handen,
en kwam Sybille in haar gele zijden kleed
geboetseerd door de voorjaarswind.

Meer dan een halve eeuw vergleed.
De jonge dichters werden oude mannen.
Ik druk je hand. Katinka en Sybille,
de nimfen, gingen, maar zij leven jeugdig voort
in menig hart door een gelukkig woord,
kuis handgebaar, een wulpse draperie,
boegbeelden voor een nieuwe poëzie.

Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)

Bespreking dagboek Barnard in PZC

In de PZC van 14 juni jl. besprak Mario Molegraaf de poëzie en het dagboek van Willem Barnard. Over het dagboek is hij lovend: (…)Er valt veel te beleven in Anno Domini. Barnard kijkt naar zichzelf: “Mijn tobvermogen is abnormaal.” Hij levert commentaar op de wereld: “Televisie, je treedt er desnoods voor op, maar je haalt het niet in huis.” Maar het dagboek is vooral interessant vanwege de strijd tussen de dichter en de dominee.(…)Al in de eerste aantekening schrijft hij over zijn verscheurdheid. Hij wil niet, maar hij moet toch. Hij kan door de poëzie geen theoloog zijn als andere theologen, door de theologie geen poëet als andere poëten. Zo hoort hij nergens bij, niet eens bij zichzelf. Hij gaat dan ook met twee namen door het leven: Willem Barnard en Guillaume van der Graft. In dit denderende dagboek versmelten ze zich, de dominee zonder kerk, de dichter zonder prijs.

Warren in dagboeken Willem Barnard (Guillaume van der Graft)

Dit voorjaar verscheen bij uitgeverij De Prom Anno Domini. Dagboeken 1978 – 1992 van Willem Barnard, als dichter bekend onder het pseudoniem Guillaume van der Graft.Warren schrijft in zijn eigen dagboek geregeld over Van der Graft. In Geheim Dagboek 1952 – 1953 duikt Van der Grafts naam voor het eerst op. Warren is weinig positief over diens verzen. “Ik zie talenten rondom me: Lodeizen, Rodenko, Andreus, Lucebert. Minder talent in Van der Graft, geen in Van der Molen.” (13 augustus 1953). In 1958 haalt Warren Rodenko aan die beweert dat Van der Graft en Warren twee dichters zijn die “tot de belangrijkste onder de modernen gerekend moeten worden” (21 januari 1958).Als Warren in 1973 inziet dat scheiden van Mabel onvermijdelijk is, vindt hij troost in een gedicht van Barnard en besluit hem te schrijven. Barnard reageert met een aardige brief. Warren schrijft in zijn dagboek: “Hij heeft deze zomer en nazomer een zware inzinking gehad, duidt het aan als ‘ik ben door de grond gegaan'” (30 november 1973). Barnard schrijft dan ook over hun eerste ontmoeting: “Was ’t niet in 1947 dat Tinka en ik jou ontmoetten aan het ziekbed van Jan Vermeulen in Leiden?” Warren zelf heeft daar geen herinnering aan.Over de zware inzinking schrijft Barnard ‘achteraf’ in zijn nu uitgegeven dagboeken die in 1978 aanvangen. Hij is halverwege de jaren zeventig verlost van het predikantschap en begint een nieuw leven in Utrecht: “sindsdien sta ik niet langer op een stoel, maar zit aan tafel, de schrijftafel.” In deze keuze uit zijn dagboeken wijdt Barnard één uitgebreide aantekening aan Hans Warren. Hij reageert daarin op een recensie van Warren die de kerkliederen van Barnard ‘alleen maar ergeniswekkend’ noemt. Barnard slijpt zijn pen en schrijft: Hans W. heeft zelf in zijn dagboeken nogal uitgeweid over zijn homoseksuele levensvisie. Dat ontgaat mij nu weer, ik ben zo hetero als een haan. Ik dien mij dus van ieder oordeel te onthouden. Ik lees die homofiele vertogen niet, want de homofilie staat mij tegen en ik ben er ten enen male niet nieuwsgierig naar. Hetzelfde zou van toepassing kunnen zijn op Hans W. ten opzichte van mijn liederen voor de liturgie. Het staat hem tegen dat te lezen. Het interesseert hem ook niet en het gaat hem niet aan. Anderen wél! Hem niet. Hij ergert zich. Maar ben ik daarom ergeniswekkend?! Voor een feestbundel ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Barnard/Van der Graft schreef Warren in 2000 het gedicht Boegbeelden, ons gedicht van de maand augustus.