Uit de nalatenschap van Hans Warren 59 – Kavafis

Zoek de verschillen! Ik merk dat ik ongeduldig word. Het wachten is op de ‘nieuwe’ Kavafis, de vijfde editie van de vertaling die Hans Warren en ik maakten, hét symbool van hoe wij samen werkten, samen leefden. Het wachten is op de tweede week van januari, want pas dan verschijnt het boek. Met de gedichten van K.P. Kavafis (1863-1933) zijn wij in onze drieëntwintig jaar samen van begin tot einde bezig geweest. Steeds nieuwe versies, steeds nieuwe uitgaven. Het is bijna verbluffend hoe men bij uitgeverij Bert Bakker (inmiddels helemaal opgegaan in uitgeverij Prometheus) van min of meer dezelfde bundel steeds weer een heel ander boek heeft weten te maken. Zoek de verschillen! In 1984 verscheen de eerste editie, met een omslag van onvervalst Grieks blauw en belettering in even onvervalst Grieks wit. De derde editie van 1991 had op het omslag een geschonden, maar mooi gezicht van een Alexandrijnse koning. De vierde editie, kort na Hans Warrens dood maar nog mede onder zijn verantwoordelijkheid verschenen, had op het omslag dat verbluffende gedicht ‘Zoveel je kunt’. Nu in 2018, zestien jaar later, komt dus de opvolger, editie nummer vijf, met vele aanpassingen en aanvullingen, Kavafis helemaal compleet. Op het omslag deze keer, met bronvermelding, Afar, een foto uit 1907 van Fred Holland Day, de beroemde en in sommige kringen beruchte Amerikaanse uitgever en fotograaf die bijna dezelfde jaartallen heeft als Kavafis (in zijn geval 1864-1933). Ik heb de tweede editie, die van 1986, even overgeslagen. Deze uitgave heeft mijn favoriete omslag. Hans Warren en ik spraken van de ‘postzegeleditie’, want voor het omslag was, naar ik vrees zonder enige bronvermelding, gebruik gemaakt van een zegel die de Griekse post aan Kavafis had gewijd. Wat waren wij, op het gebied van de filatelie geheel onwetend, verrukt toen we de postzegel ontdekten. Pas sinds kort ken ik het hele verhaal van de zegel, op 11 juli 1983 uitgebracht. Kavafis had, zo blijkt, een heleboel gezelschap: liefst zeven andere in Griekenland bekende persoonlijkheden. We zien de hele club bij elkaar op twee eerste-dag-enveloppen. Probeer ze maar eens thuis te brengen. Naast Kavafis, op de postzegel van 27 drachme, zien we Nikos Kazantzakis, de Griekse prozaschrijver, inderdaad, de schepper van ‘Zorbas de Griek’. Behalve de postzegels bood de Griekse post, op de linkerkant van de envelop, als bonus een portrettengalerij, Kavafis weer voorop. Zoek de verschillen!

Mario Molegraaf

Oostermiddenmeerweg bij Medemblik

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer de Oostermiddenmeerweg in de Wieringermeerpolder bij Medemblik.

27 sept 1943 –  Vanmorgen reisden Hein en ik al vroeg af naar de Wieringermeer. Via Utrecht, Amsterdam, Zaandam. Overvolle treinen. (…) Vanaf Schagen gefietst. De ontvangst bij Jannetje en Piet was buitengewoon hartelijk. We gingen met Piet de velden in. De oogst was al grotendeels binnen, enkel suikerbieten en bruine bonen stonden nog op het land. In een vaart langs Piets land lag een baggermolen, al een jaar buiten dienst, te verroesten en daar zijn we boven op geklommen. Je had dan een prima uitzicht over de uitgestrekte Wieringermeerpolder. Overal kronkelde dikke witte rook omhoog van brandend aardappelloof, loodrecht, want er was geen aasje wind. Het was zoel weer.

’s Avonds naar de IJsselmeerdijk. Er vielen brandbommen aan de Oostermiddenmeerweg. Waarschijnlijk is er geen plekje meer in heel Europa waar je de oorlog een dag totaal ontlopen of vergeten kan. (…)

 

Uit de nalatenschap van Hans Warren 58 – Leendert van Lier

Was hij een aardige man? Leendert van Lier, de hofleverancier voor de kunstcollectie van Hans Warren. Wat reden we graag én gretig naar zijn huis aan de Torenlaan te Blaricum. Bij zijn crematie, in de eerste week van 1995, klonken er uiteraard louter lovende woorden. Hans Warren herdacht hem in zijn dagboek: ‘Ik heb een paar keer om hem gehuild, voor het laatst vanmiddag toen ik m’n hoofd boog voor zijn kist. Het was een edel verdriet om een bijzonder mens.’ Leendert van Lier, de tovenaar van de Torenlaan. Of was hij eerder de tiran van de Torenlaan? Aardig was hij in ieder geval niet voor zijn echtgenote Nelly, terwijl ze haar leven aan haar man wijdde. Ze stierf zeven jaar later, en werd net als hij gecremeerd in ‘Den en Rust’ te Bilthoven. Aardig was hij ook niet voor zijn dochter Tjarda, die toch haar leven goeddeels door haar vader liet bepalen. Ook zij is alweer jaren dood, en haar laatste reis voerde eveneens naar ‘Den en Rust’. Tjarda schonk me ooit een schilderij van haar vader, een schilderij met heftiger bloemen dan je ooit bij een bloemist zult vinden. Leendert van Lier was niet in de eerste plaats kunstenaar, al had hij dat misschien gewild, maar kunsthandelaar, een hele grote. Juist ook omdat hij een zelfgemaakte man was, zonder eigen middelen, afkomstig uit de Czaar Peterstraat in Amsterdam. Op zijn zestiende (volgens andere bronnen op zijn achttiende) kocht hij een magische staf van de Batak, misschien wel de mooiste die er bestaat, een soort heilige graal in de wereld van de etnografica. Dit voorwerp, zijn allereerste aankoop, was tevens het allerlaatste wat hij verkocht, aan Hans Warren en mij, op een ongezond warme zomerdag in 1994. Ik zal Leendert van Lier niet vergeten en ik kan hem onmogelijk vergeten, met zoveel dingen om mij heen die door zijn handen gingen. Was hij aardig? In ieder geval wél voor zijn prachtige, bezielde dingen. Ik herinner mij de blik, het strelende gebaar waarmee hij afscheid nam van de verkochte staf, en huiver. Hans Warren had gelijk: Leendert van Lier (1910-1995) was een bijzonder mens.

Mario Molegraaf

 

 

 

Restaurant De Swaen te Oisterwijk

Op zijn zwerftocht door Nederland fotografeert Martin van der Kamp landschappen en gebouwen die verbonden kunnen worden met het leven en werk van Hans Warren. Deze keer restaurant De Swaen te Oisterwijk.

21 maart 1993 – zondag, 10.30 – (…) We zijn gaan dineren in Oisterwijk, in het fameuze restaurant van Cas Spijkers dat een van de twee Michelinsterren kwijtraakte. We arriveerden tegen halfacht, na een rondrit door de mooie omgeving van Waalwijk in de avondschemering. De Swaen is ons niet erg bevallen. Van begin tot eind vervelende fouten: champagne met lang vervlogen prik als aperitief en een fles wijn te veel op de nota. En tussendoor een glas omgooien bij het inschenken (M. redde de toestand op het nippertje), twee keer serveren van een matige salpicon van zeefruit, wijn willen bijschenken uit een fles van een ander tafeltje. Echt lekker vond ik alleen een salade met ganzenlever, gerookte zalm en kreeft. (…)

Uit de nalatenschap van Hans Warren 57 – Maria de Roo

Het litteken van de dood, de prachtige biografe die Onno Blom aan Jan Wolkers wijdde, is ook voor Hans Warren-fans belangrijk nieuws. Wat hen verbindt, is een meisje, Maria de Roo, afkomstig uit een welgesteld gezin in Goes. Symbool van de verbinding is een portret van haar, door Jan geschonken aan Hans, begin 1951. Zie de biografie, pagina 329. En zie ook een beetje de foto, een vroege versie van Hans Warrens werkkamer. Een typemachine die uit de prehistorie lijkt te dateren, als je goed kijkt een portret van zijn idool Jac. P. Thijsse, als je nog beter kijkt een portret van zijn favoriete auteur Alain-Fournier, en uitbundig door de zon bestraald de bewuste buste van Maria, een beeld dat laat zien dat Jan Wolkers niet alleen een goede schrijver maar ook een voortreffelijke beeldhouwer was. Wolkers was, zo begrijp ik nu, altijd extra nieuwsgierig naar de recensies van Hans Warren en soms extra boos over de inhoud: ‘Weer ouderwets gemeen valse kritiek van Hans Warren.’ Wolkers was jaloers omdat de ander Maria in haar mooiste jaren had gekend: ‘Je moest eens weten hoe ik Hans Warren haat omdat die je jeugd heeft gekregen.’ Maar ook heel gelukkig over hoe zijn voorganger haar had voorbereid: ‘Hij heeft bij haar liefde aangekweekt voor literatuur en poëzie, voor de fauna en flora van Zeeland.’ En zo verder op bladzijde 271. Maar ook alle andere elfhonderd pagina’s van Het litteken van de dood zijn het lezen waard.

Mario Molegraaf

 

ps Sinds kort is ons stuk over Maria de Roo, in 2008 verschenen in De Parelduiker, ook online bij De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).